Nederlandse medische terminologie voor buitenlandse artsen
Je bent arts. Je weet wat dyspneu is. Wat je niet uit je opleiding kent, is wat een POH doet, waarom een verwijsbrief zonder vraagstelling terugkomt, en wat het verschil is tussen eigen risico en eigen bijdrage. Dat is geen medische kennis — het is de taal van het Nederlandse zorgsysteem, en daar struikelen buitenlandse artsen op, in de BI-toets en op de eerste werkdag.
Hieronder staan 120 van die termen, met uitleg en met de reden waarom ze er in de Nederlandse praktijk toe doen. Oefen ze hier direct, of lees ze rustig door.
- Organisatie en financiering van de zorg
- Verwijzen, dossier en communicatie
- Richtlijnen, kwaliteit en registratie
- Recht, ethiek en de patiënt
Organisatie en financiering van de zorg
Wie doet wat in de Nederlandse eerste lijn, en wie betaalt het. Dit zijn geen medische begrippen — ze bestaan in veel landen niet, en juist daarom vallen ze buitenlandse artsen als eerste op.
- Poortwachtergatekeeper
De rol van de huisarts als toegangspoort tot de rest van de zorg: zonder verwijzing van de huisarts is specialistische zorg in principe niet toegankelijk en wordt die niet vergoed.
Het kernprincipe van het Nederlandse stelsel. In veel landen kan een patiënt rechtstreeks naar een specialist; hier vrijwel nooit.
- Eerste lijnprimary care
Zorg die direct toegankelijk is zonder verwijzing: huisarts, tandarts, verloskundige, fysiotherapeut, apotheker.
Tegenover de tweede lijn (ziekenhuis, medisch specialist) en derde lijn (hoogspecialistische centra).
- Huisartsenpost (HAP)out-of-hours GP centre
Gezamenlijke voorziening van huisartsen voor spoedzorg buiten kantooruren: 's avonds, 's nachts, in het weekend en op feestdagen.
Patiënten bellen eerst; triage bepaalt of het een telefonisch advies, een consult of een visite wordt.
- ANW-dienstenevening, night and weekend shifts
Avond-, nacht- en weekenddiensten. De uren buiten de reguliere praktijkvoering waarvoor huisartsen dienstplicht hebben.
Wordt vaak in één adem met de huisartsenpost genoemd; de dienstverplichting hoort bij het praktijkhouderschap.
- Waarneminglocum cover
Het tijdelijk overnemen van de zorg voor de patiënten van een collega, bijvoorbeeld tijdens vakantie of ziekte.
Een waarnemer is een huisarts zonder eigen praktijk die bij collega's invalt — een gangbare manier om te starten na de opleiding.
- Visitehome visit
Een consult bij de patiënt thuis, meestal omdat die niet naar de praktijk kan komen.
Let op het valse vriendje: 'visite' is hier het huisbezoek, niet het bezoekuur of de zaalronde in het ziekenhuis.
- DoktersassistenteGP practice assistant
Medewerker die de telefoon en de triage doet, afspraken plant en zelfstandig verrichtingen uitvoert zoals bloeddrukmeting, uitspuiten van oren, hechtingen verwijderen en uitstrijkjes.
Veel zelfstandiger dan een receptioniste; zij bepaalt in de praktijk mede welke hulpvraag wanneer bij de arts terechtkomt.
- Praktijkondersteuner (POH)practice nurse
Verpleegkundige of paramedicus die binnen de huisartsenpraktijk zelfstandig spreekuur houdt voor een afgebakende groep patiënten.
POH-S doet somatiek (diabetes, COPD, hart- en vaatziekten), POH-GGZ doet psychische klachten, POH-Jeugd de jeugd-GGZ.
- POH-GGZmental health practice nurse
Praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg: doet vraagverheldering, kortdurende begeleiding en toeleiding naar de GGZ.
Een groot deel van de psychische klachten wordt hierdoor in de huisartsenpraktijk afgehandeld en bereikt de GGZ nooit.
- Triagetriage
Het beoordelen van de urgentie van een hulpvraag en het bepalen welke zorg wanneer nodig is.
Op de huisartsenpost gebeurt dit gestructureerd met de Nederlandse Triage Standaard (NTS), met urgentiecategorieën U1 tot U5.
- Spoedeisende hulp (SEH)emergency department
De afdeling acute zorg van een ziekenhuis.
In het Nederlandse model komt een patiënt daar in principe via de huisarts, de huisartsenpost of de ambulance — niet uit zichzelf.
- Zorgverzekeringswet (Zvw)Health Insurance Act
De wet die de verplichte basisverzekering regelt. Iedere ingezetene sluit zelf een basisverzekering af bij een private zorgverzekeraar.
De verzekeraar mag voor de basisverzekering niemand weigeren (acceptatieplicht).
- Basisverzekeringstandard/basic health insurance package
Het wettelijk vastgestelde pakket zorg dat iedere zorgverzekering moet dekken, waaronder huisartsenzorg, ziekenhuiszorg en de meeste geneesmiddelen.
De inhoud wordt jaarlijks door de overheid vastgesteld en is bij alle verzekeraars identiek.
- Aanvullende verzekeringsupplementary insurance
Vrijwillige extra verzekering voor zorg buiten het basispakket, zoals uitgebreide tandheelkunde, fysiotherapie of brillen.
Hier geldt geen acceptatieplicht: de verzekeraar mag weigeren of een medische selectie doen.
- Eigen risicodeductible / excess
Het bedrag dat de verzekerde per kalenderjaar zelf betaalt voordat de basisverzekering vergoedt.
Cruciaal voor het gesprek: huisartsenzorg valt er buiten, maar het bloedonderzoek, de röntgenfoto of het medicijn dat je aanvraagt niet. Patiënten weigeren onderzoek soms om deze reden.
- Eigen bijdrageco-payment
Een vast deel van de kosten dat de patiënt zelf betaalt, los van het eigen risico — bijvoorbeeld bij bepaalde geneesmiddelen of hulpmiddelen.
Verwar het niet met eigen risico: een eigen bijdrage blijft ook gelden als het eigen risico al vol is.
- Inschrijftariefcapitation fee
Een vast bedrag per ingeschreven patiënt per kwartaal dat de huisarts ontvangt, ongeacht of die patiënt komt.
Onderdeel van de gemengde bekostiging: abonnement plus consulttarief plus ketenzorg. Verklaart waarom een huisarts een vaste praktijkpopulatie heeft.
- Wet langdurige zorg (Wlz)Long-Term Care Act
Regelt zware, langdurige zorg met permanent toezicht of 24-uurszorg in de nabijheid, zoals verpleeghuiszorg.
Toegang loopt via een indicatie van het CIZ, niet via de zorgverzekeraar.
- Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)Social Support Act
Gemeentelijke ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie: huishoudelijke hulp, dagbesteding, woningaanpassing, vervoer.
De gemeente is hier de loketpartij, niet de verzekeraar — een veelgemaakte fout in verwijzingen.
- Ketenzorgintegrated chronic care
Multidisciplinair georganiseerde zorg voor een chronische aandoening, ingekocht als één samenhangend zorgprogramma.
Bestaat vooral voor diabetes mellitus type 2, COPD/astma en cardiovasculair risicomanagement (CVRM).
- Zorggroepcare group
Samenwerkingsverband van huisartsen dat ketenzorg organiseert en namens de aangesloten praktijken contracteert met de zorgverzekeraar.
Verklaart waarom protocollen voor diabetes of COPD regionaal kunnen verschillen.
- Cardiovasculair risicomanagement (CVRM)cardiovascular risk management
Gestructureerde zorg gericht op het opsporen en behandelen van risicofactoren voor hart- en vaatziekten.
Een van de drie grote ketenzorgprogramma's; loopt in de praktijk grotendeels via de POH-S.
- Thuiszorghome care
Verpleging en verzorging bij de patiënt thuis.
De wijkverpleegkundige indiceert zelf welke zorg nodig is; de huisarts verwijst maar bepaalt de omvang niet.
- Eerstelijnsverblijf (ELV)short-term primary care admission
Kortdurend verblijf met zorg voor patiënten die tijdelijk niet thuis kunnen wonen maar geen ziekenhuisopname nodig hebben.
Vaak de oplossing bij een kwetsbare oudere na een val — geen ziekenhuis, geen verpleeghuis.
- Specialist ouderengeneeskundeelderly care physician
Zelfstandig medisch specialisme gericht op kwetsbare ouderen en chronisch zieken, werkzaam in verpleeghuis en eerste lijn.
Bestaat als apart specialisme vrijwel alleen in Nederland; niet te verwarren met de klinisch geriater in het ziekenhuis.
- Consultatiebureauchild health clinic
Voorziening voor jeugdgezondheidszorg die de groei, ontwikkeling en vaccinaties van kinderen volgt.
Valt onder de GGD of een jeugdgezondheidsorganisatie, niet onder de huisarts.
- Verloskundigemidwife
Zelfstandig behandelaar die fysiologische zwangerschap en bevalling begeleidt, met eigen indicatiestelling.
In Nederland is dit geen taak van de huisarts of gynaecoloog zolang de zwangerschap ongecompliceerd is; verwijzen gebeurt volgens de Verloskundige Indicatielijst (VIL).
- Kraamzorgpostnatal home care
Zorg thuis door een kraamverzorgende gedurende ongeveer acht dagen na de bevalling.
Typisch Nederlands en onbekend in de meeste landen; de kraamverzorgende signaleert vaak als eerste problemen bij moeder of kind.
- Apotheekhoudend huisartsdispensing GP
Huisarts die zelf geneesmiddelen mag afleveren, in gebieden zonder apotheek in de buurt.
Vooral op het platteland; brengt eigen verplichtingen rond medicatiebewaking mee.
- Basis-GGZ en gespecialiseerde GGZbasic vs specialised mental health care
Twee echelons in de geestelijke gezondheidszorg: de basis-GGZ voor lichte tot matige problematiek, de gespecialiseerde GGZ voor complexe of hoogrisico problematiek.
De huisarts verwijst gericht naar het juiste echelon; een verwijzing naar het verkeerde niveau wordt teruggestuurd.
- Bedrijfsartsoccupational physician
Arts die werkgever en werknemer begeleidt bij ziekteverzuim, arbeidsomstandigheden en re-integratie.
De huisarts gaat níet over ziekmelding of werkhervatting en schrijft geen verklaringen daarover — dat is uitdrukkelijk het domein van de bedrijfsarts.
- Sociale kaartlocal map of social services
Het overzicht van hulp- en zorgvoorzieningen in de eigen regio: welzijnswerk, schuldhulp, mantelzorgondersteuning, buurtteams.
Wordt van een huisarts verwacht als onderdeel van goede zorg — een deel van de hulpvragen is sociaal en niet medisch.
Verwijzen, dossier en communicatie
De taal van de verwijsbrief, het journaal en het overleg met collega's. Hier gaat het niet om wat je weet, maar om of je het op de Nederlandse manier opschrijft en overdraagt.
- Verwijsbriefreferral letter
De brief waarmee de huisarts een patiënt naar de tweede lijn stuurt, met vraagstelling, relevante voorgeschiedenis, medicatie en bevindingen.
Zonder verwijsbrief geen vergoeding van specialistische zorg. De vraagstelling is het belangrijkste onderdeel: de specialist beantwoordt die en verwijst terug.
- Terugverwijzingreferral back to the GP
Het terugsturen van de patiënt naar de huisarts nadat de specialistische vraag beantwoord is.
Het normale eindpunt van een verwijzing. De patiënt blijft eigendom van de eerste lijn; de tweede lijn houdt hem niet vanzelf.
- Meekijkconsultspecialist advice consultation
Een specialist beoordeelt een casus op afstand of ter plaatse zonder dat de patiënt formeel in behandeling komt.
Bedoeld om verwijzingen te voorkomen; de patiënt blijft onder de huisarts en er wordt geen eigen risico aangesproken.
- Medebehandelingshared care
Situatie waarin huisarts en specialist tegelijk verantwoordelijk zijn voor verschillende delen van de behandeling.
Vereist expliciete afspraken over wie wat doet, vooral bij medicatie — daar ontstaan de meeste fouten.
- SOEPSOAP note (S/O/assessment/plan)
Het vaste stramien van de journaalregel: Subjectief, Objectief, Evaluatie, Plan.
De Nederlandse variant van SOAP. Elk contact wordt zo vastgelegd; een journaal zonder duidelijke E en P is onvolledig.
- Episodegericht registrerenepisode-oriented recording
Alle contacten die bij één gezondheidsprobleem horen worden onder één episode vastgelegd in plaats van als losse consulten.
Maakt het beloop over de jaren zichtbaar en is de basis voor betrouwbare probleemlijsten en onderzoek.
- ICPC-codeICPC coding
International Classification of Primary Care: de codering waarmee klachten en diagnosen in de huisartsenpraktijk worden vastgelegd.
Anders dan ICD-10 codeert ICPC ook de klacht en de reden van komst, niet alleen de diagnose. Verplichte taal in elk HIS.
- Huisartsinformatiesysteem (HIS)GP electronic medical record system
Het elektronisch patiëntendossier van de huisartsenpraktijk, met journaal, episoden, medicatie, correspondentie en uitslagen.
Gangbare systemen zijn onder meer Medicom, Promedico, CGM Huisarts en Tetra.
- ADEPDstandard for proper EMR record-keeping
Adequate Dossiervorming met het Elektronisch Patiëntendossier: de richtlijn voor hoe een huisartsendossier hoort te worden bijgehouden.
Bepaalt onder meer hoe je episoden aanmaakt, contra-indicaties vastlegt en de probleemlijst actueel houdt.
- Probleemlijstproblem list
Het overzicht van actuele en relevante gezondheidsproblemen van de patiënt in het dossier.
Wat hier niet in staat, ziet de waarnemer op de huisartsenpost niet. Onderhoud ervan is een professionele verplichting, geen administratie.
- Landelijk Schakelpunt (LSP)national healthcare information exchange
De infrastructuur waarmee zorgverleners bij spoed medische gegevens van een patiënt bij een andere zorgverlener kunnen opvragen.
Werkt alleen met uitdrukkelijke toestemming vooraf (opt-in). Geen toestemming betekent dat de huisartsenpost niets ziet.
- Professionele samenvattingprofessional summary
De gestandaardiseerde uittreksel uit het huisartsdossier die via het LSP beschikbaar komt: recente episoden, medicatie, contra-indicaties, allergieën.
Dit is precies wat de dienstdoende arts van je te zien krijgt — de kwaliteit ervan hangt af van je eigen registratie.
- Waarneemberichtout-of-hours handover note
Bericht van de huisartsenpost of waarnemer aan de eigen huisarts over wat er tijdens de dienst met de patiënt is gebeurd.
De eigen huisarts leest dit de volgende werkdag en neemt zo nodig het beloop over.
- Actueel medicatieoverzicht (AMO)current medication overview
Het volledige overzicht van alle geneesmiddelen die een patiënt op dit moment gebruikt, inclusief zelfzorg.
Vereist bij elke overdracht en opname. Het overzicht van de apotheek en dat van het dossier lopen vaak uiteen.
- Medicatiebewakingmedication surveillance
Geautomatiseerde controle op interacties, doseringen, contra-indicaties en dubbelmedicatie bij het voorschrijven en afleveren.
Signalen komen zowel in het HIS als bij de apotheek; het beoordelen en afhandelen ervan is een medische taak, geen formaliteit.
- Contra-indicatie (CI) in het dossierrecorded contraindication
Vastgelegde patiëntkenmerken zoals nierfunctiestoornis, zwangerschap of overgevoeligheid waarop de medicatiebewaking zich baseert.
Wordt in Nederland expliciet als codeveld bijgehouden; een niet-vastgelegde contra-indicatie bestaat voor het systeem niet.
- Herhaalreceptrepeat prescription
Een vervolgvoorschrift voor chronische medicatie zonder nieuw consult.
Loopt meestal via de assistente of de apotheek, maar de verantwoordelijkheid voor de indicatie blijft bij de arts.
- Formulariumformulary
Regionale of praktijkgebonden lijst van middelen van eerste keus, afgestemd op richtlijnen en kosten.
Afwijken mag met reden; standaard afwijken zonder motivatie valt op bij spiegelinformatie.
- Farmacotherapeutisch overleg (FTO)pharmacotherapy meeting
Periodiek overleg tussen huisartsen en apothekers over voorschrijfgedrag en afspraken over middelen.
Telt mee voor nascholing en accreditatie en is de plek waar het formularium wordt vastgesteld.
- Preferentiebeleidpreferred medicines policy
Het beleid waarbij de zorgverzekeraar van een werkzame stof één specifiek merk of fabrikant aanwijst dat vergoed wordt.
Verklaart waarom een patiënt telkens een ander doosje krijgt bij hetzelfde middel — een veelvoorkomende bron van verwarring en therapieontrouw.
- Multidisciplinair overleg (MDO)multidisciplinary team meeting
Gestructureerd overleg tussen betrokken disciplines over een patiënt of patiëntengroep.
In de eerste lijn vaak met wijkverpleging, apotheker, POH en specialist ouderengeneeskunde rond kwetsbare ouderen.
- Overdrachthandover
De gestructureerde overdracht van patiëntinformatie bij wisseling van zorgverlener of setting.
Bij ontslag uit het ziekenhuis heet dit de ontslagbrief; het uitblijven daarvan is een bekend en risicovol hiaat.
- Spiegelinformatiebenchmark feedback
Terugkoppeling waarin het eigen handelen — voorschrijven, verwijzen, aanvragen — wordt afgezet tegen dat van collega's.
Instrument voor kwaliteitsverbetering, niet voor afrekening; komt terug in FTO en visitatie.
- Diagnostisch toetsoverleg (DTO)diagnostic review meeting
Overleg tussen huisartsen en het diagnostisch centrum of laboratorium over het aanvragen van onderzoek.
Gericht op gepast gebruik: minder onnodige bepalingen, betere vraagstelling.
- Diagnostisch centrumprimary care diagnostic centre
Voorziening waar de huisarts rechtstreeks laboratorium-, beeldvormend en functieonderzoek kan aanvragen zonder verwijzing naar de specialist.
Maakt het mogelijk om veel diagnostiek in de eerste lijn af te ronden; de uitslag komt bij de aanvrager terug, die hem ook moet beoordelen.
- Uitslagbesprekingdiscussing test results
Het contact waarin de uitkomst van onderzoek met de patiënt wordt besproken en het beleid wordt bepaald.
Ook bij een normale uitslag hoort terugkoppeling; 'geen bericht is goed bericht' is geen aanvaard beleid.
- Vangnetadviessafety netting advice
De expliciete instructie aan de patiënt wanneer en hoe opnieuw contact op te nemen als het beloop anders is dan verwacht.
Onmisbaar in de huisartsgeneeskunde, waar veel beleid bestaat uit afwachten. Het hoort ook in het journaal te staan.
- Watchful waitingwatchful waiting
Bewust afwachten met controle-afspraak in plaats van direct behandelen of doorverwijzen.
Een expliciete, te verantwoorden keuze in de Nederlandse huisartsgeneeskunde — geen nalatigheid, mits vastgelegd met vangnetadvies.
- Reden van komstreason for encounter
De hulpvraag zoals de patiënt die zelf formuleert, apart vastgelegd naast de uiteindelijke diagnose.
Wordt in ICPC apart gecodeerd; het verschil tussen hulpvraag en diagnose is een kernbegrip in de Nederlandse consultvoering.
- Dubbelconsultdouble appointment
Een consult van dubbele lengte, gepland bij complexe of meervoudige problematiek.
Een regulier consult duurt standaard ongeveer tien minuten; de assistente plant een dubbelconsult op indicatie.
Richtlijnen, kwaliteit en registratie
Waar het Nederlandse 'wat hoort te gebeuren' vandaan komt, en welke verplichtingen aan het beroep vastzitten. Dit is het deel waar buitenlandse artsen het vaakst een andere gewoonte meebrengen dan hier verwacht wordt.
- NHG-standaardDutch College of GPs guideline
Richtlijn van het Nederlands Huisartsen Genootschap voor diagnostiek en beleid bij een bepaald probleem in de huisartsenpraktijk.
De facto de norm waaraan het handelen van een huisarts wordt getoetst. Afwijken mag beargumenteerd, maar de standaard is het vertrekpunt.
- NHG-behandelrichtlijnNHG treatment guideline
Beknoptere richtlijn voor onderwerpen waarvoor geen volledige standaard bestaat.
Zelfde status in de praktijk, kleiner van omvang en sneller herzien.
- Farmacotherapeutisch KompasDutch national drug formulary reference
Het onafhankelijke naslagwerk over geneesmiddelen: indicaties, doseringen, bijwerkingen, plaatsbepaling.
De standaardbron bij twijfel over een middel; kennen en kunnen gebruiken wordt verondersteld.
- Landelijke Transmurale Afspraak (LTA)national primary–secondary care agreement
Landelijke afspraak tussen huisartsen en medisch specialisten over de taakverdeling bij een bepaald ziektebeeld.
Beantwoordt de vraag wie wat doet en wanneer verwezen of terugverwezen wordt.
- LESAnational primary care collaboration agreement
Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak: afspraak tussen huisartsen en andere eerstelijnsdisciplines, zoals apothekers of fysiotherapeuten.
Regelt samenwerking binnen de eerste lijn, waar de LTA over de lijn heen gaat.
- Thuisarts.nlofficial patient information website
De publiekswebsite van het NHG met patiëntinformatie die inhoudelijk aansluit op de standaarden.
Standaardonderdeel van de voorlichting: verwijzen naar Thuisarts.nl is in Nederland een normale afsluiting van een consult.
- BIG-registerregister of healthcare professionals
Het wettelijke register van bevoegde zorgverleners op grond van de Wet BIG. Zonder inschrijving mag de titel niet gevoerd worden en mogen voorbehouden handelingen niet zelfstandig worden verricht.
Voor buitenlands gediplomeerden is de erkenningsprocedure — met taaleis en toetsing — de toegang tot dit register.
- Voorbehouden handelingenreserved procedures
Handelingen die volgens de Wet BIG alleen door bevoegde en bekwame beroepsbeoefenaren zelfstandig verricht mogen worden, zoals heelkundige handelingen, injecties en catheterisaties.
Bevoegd én bekwaam: de wet eist beide. Bevoegdheid alleen is niet genoeg.
- Herregistratierevalidation / re-registration
Periodieke verlenging van de registratie, met eisen aan werkervaring en nascholing.
Voor de huisarts loopt dit via de RGS, met eisen aan onder meer uren patiëntenzorg, ANW-diensten en deskundigheidsbevordering.
- Accreditatie (NPA)practice accreditation
Periodieke externe toetsing van de praktijkvoering en kwaliteit van de huisartsenpraktijk.
Praktijkniveau, waar herregistratie op persoonsniveau werkt.
- Visitatiepeer review visit
Collegiale beoordeling van het functioneren van een praktijk of beroepsbeoefenaar door vakgenoten.
Gericht op verbetering en niet op sanctie; onderscheiden van toezicht door de inspectie.
- Deskundigheidsbevorderingcontinuing professional development
Geaccrediteerde nascholing die nodig is voor herregistratie.
Punten worden geregistreerd in GAIA/PE-online; het bijhouden ervan is de eigen verantwoordelijkheid van de arts.
- Veilig Incident Melden (VIM)safe incident reporting
Interne, niet-punitieve melding en analyse van incidenten en bijna-incidenten om herhaling te voorkomen.
Melden is verplicht gedrag binnen een veilige cultuur; de melding is niet bedoeld om schuld vast te stellen.
- Calamiteitserious adverse event
Een onbedoelde gebeurtenis in het zorgproces die tot de dood of een ernstig schadelijk gevolg voor de patiënt heeft geleid.
Moet gemeld worden bij de Inspectie. Scherp te onderscheiden van een complicatie of een incident zonder ernstige schade.
- Complicatiecomplication
Een onbedoeld en ongewenst gevolg van zorg dat past bij een bekend risico van de behandeling.
Geen calamiteit, mits het handelen zorgvuldig was — maar wel te bespreken met de patiënt.
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)healthcare inspectorate
De toezichthouder op de kwaliteit en veiligheid van de zorg.
Ontvangt calamiteitenmeldingen en kan maatregelen opleggen; staat los van het tuchtrecht.
- Tuchtrechtprofessional disciplinary law
Rechtspraak door het Regionaal Tuchtcollege over het beroepsmatig handelen van BIG-geregistreerde zorgverleners.
Doel is bewaking van de kwaliteit van het beroep, niet schadevergoeding. Maatregelen lopen van waarschuwing tot doorhaling in het register.
- WkkgzQuality, Complaints and Disputes in Healthcare Act
Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg: verplicht zorgaanbieders tot goede zorg, een klachtenfunctionaris en aansluiting bij een geschilleninstantie.
Regelt ook de meldplicht van calamiteiten en de omgang met disfunctioneren.
- Klachtenfunctionariscomplaints officer
Onafhankelijke medewerker die een patiënt met een klacht begeleidt en bemiddelt tussen patiënt en zorgverlener.
De eerste stap bij onvrede — bedoeld om te voorkomen dat een klacht meteen een tucht- of geschillenzaak wordt.
- Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)healthcare authority (tariffs and market)
De toezichthouder op de zorgmarkt die tarieven en prestaties vaststelt en toeziet op zorgplicht van verzekeraars.
Verklaart waarom er vaste tariefstructuren bestaan voor consulten en verrichtingen.
- Gepast gebruikappropriate use of care
Het principe dat zorg alleen wordt ingezet als die aantoonbaar bijdraagt, en niet meer dan nodig.
De achtergrond van veel terughoudend beleid: geen antibiotica bij een virale infectie, geen beeldvorming zonder consequentie.
- Terughoudend voorschrijfbeleidrestrictive prescribing
De Nederlandse norm van beperkt en gericht voorschrijven, met name van antibiotica, opioïden en benzodiazepinen.
Een van de grootste cultuurverschillen voor artsen uit landen met een ruimer voorschrijfklimaat; wordt in toetsing expliciet gemeten.
- Samen beslissenshared decision making
Het gezamenlijk afwegen van opties door arts en patiënt, waarbij ook niet-behandelen een volwaardige optie is.
Geen beleefdheidsvorm maar een professionele norm die in de beoordeling van consultvoering terugkomt.
- Advance care planningadvance care planning
Het tijdig bespreken en vastleggen van wensen en grenzen rond toekomstige zorg, vooral bij kwetsbare en ongeneeslijk zieke patiënten.
Leidt tot vastgelegde behandelafspraken zoals wel of niet insturen, wel of niet reanimeren.
- Behandelbeperkingtreatment limitation
Een vastgelegde afspraak dat bepaalde behandelingen niet worden ingezet, bijvoorbeeld niet reanimeren of niet insturen.
Hoort in het dossier én in de professionele samenvatting te staan, anders handelt de dienstdoende arts er niet naar.
- Palliatieve zorgpalliative care
Zorg gericht op kwaliteit van leven bij een levensbedreigende aandoening, niet uitsluitend in de laatste levensfase.
In Nederland grotendeels in de eerste lijn en thuis georganiseerd, met de huisarts als hoofdbehandelaar.
- Palliatieve sedatiepalliative sedation
Het opzettelijk verlagen van het bewustzijn in de laatste levensfase om onbehandelbaar lijden te verlichten.
Normaal medisch handelen volgens richtlijn, geen levensbeëindiging — het onderscheid met euthanasie is juridisch en inhoudelijk wezenlijk.
- Terminale thuiszorgterminal home care
Intensieve zorg thuis in de laatste levensfase, vaak met inzet van wijkverpleging en vrijwilligers.
Thuis sterven is in Nederland het uitgangspunt als de patiënt dat wenst; het ziekenhuis is de uitzondering.
Recht, ethiek en de patiënt
De juridische begrippen die het dagelijkse handelen sturen, en de taal waarin je met de patiënt zelf spreekt. Het tweede deel is geen jargon maar het omgekeerde: de gewone woorden waar de vakterm niet begrepen wordt.
- WGBOMedical Treatment Agreement Act
Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst: regelt de rechten en plichten binnen de behandelrelatie — informatieplicht, toestemming, dossierplicht, geheimhouding.
Het juridische fundament van elk consult. Vrijwel elke ethische vraag in de Nederlandse praktijk begint hier.
- Informed consentinformed consent
Toestemming van de patiënt op basis van begrijpelijke informatie over aard, doel, risico's en alternatieven van een behandeling.
De informatieplicht gaat verder dan een handtekening: de arts moet zich ervan vergewissen dat de informatie begrepen is.
- Wilsbekwaamheiddecision-making capacity
Het vermogen van de patiënt om ten aanzien van een concrete beslissing de informatie te begrijpen, af te wegen en de gevolgen te overzien.
Altijd beslissingsgebonden en niet globaal: iemand kan wilsbekwaam zijn voor het ene besluit en niet voor het andere.
- Vertegenwoordigerlegal representative
Degene die beslist namens een wilsonbekwame patiënt: curator of mentor, anders schriftelijk gemachtigde, anders partner of naaste familie.
De volgorde ligt wettelijk vast; je kiest niet zelf wie je aanspreekt.
- Beroepsgeheimprofessional confidentiality
De plicht tot geheimhouding van alles wat in de behandelrelatie bekend wordt, ook na overlijden van de patiënt.
Doorbreken mag alleen met toestemming, bij wettelijke plicht of bij een conflict van plichten — en dan zo beperkt mogelijk.
- Conflict van plichtenconflict of duties
De situatie waarin zwijgen ernstige schade voor de patiënt of een ander veroorzaakt, waardoor het beroepsgeheim beperkt doorbroken mag worden.
Vereist zorgvuldige afweging en vastlegging van de overwegingen; het is een uitzondering, geen vrijbrief.
- Meldcode huiselijk geweld en kindermishandelingmandatory reporting code for abuse
Het verplichte stappenplan bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling, met een afwegingskader voor melden bij Veilig Thuis.
Het volgen van de stappen is verplicht; melden zelf is een beargumenteerde uitkomst daarvan.
- Kindcheckchild check
Nagaan of er minderjarige kinderen afhankelijk zijn van een volwassen patiënt met een risicovolle situatie, zoals ernstige psychiatrie of verslaving.
Onderdeel van de meldcode, ook wanneer het kind zelf niet je patiënt is.
- Veilig Thuisdomestic violence and child abuse advice centre
Het regionale advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling.
Advies vragen kan anoniem en zonder de patiënt te noemen — een vaak vergeten mogelijkheid.
- WvggzCompulsory Mental Health Care Act
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: regelt verplichte zorg bij psychische stoornissen, met de zorgmachtiging als kernbesluit.
Verving in 2020 samen met de Wzd de oude Wet BOPZ; verplichte zorg kan sindsdien ook ambulant.
- Inbewaringstelling (IBS)emergency compulsory admission
Spoedmaatregel voor onmiddellijk verplichte zorg bij acuut ernstig nadeel, afgegeven door de burgemeester op basis van een medische verklaring.
Voor de acute situatie waarin een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht; de beoordeling doet meestal een psychiater.
- WzdCare and Compulsion Act
Wet zorg en dwang: regelt onvrijwillige zorg bij mensen met dementie of een verstandelijke beperking.
Het uitgangspunt is 'nee, tenzij': onvrijwillige zorg alleen als er geen alternatief is.
- Euthanasieeuthanasia
Levensbeëindiging op uitdrukkelijk en weloverwogen verzoek van de patiënt, uitgevoerd door een arts.
Straffeloos alleen bij het voldoen aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen, waaronder uitzichtloos en ondraaglijk lijden en consultatie van een onafhankelijke arts.
- SCEN-artsindependent euthanasia consultant
Onafhankelijke arts die bij een euthanasieverzoek de verplichte consultatie uitvoert en toetst of aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan.
Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland. De consultatie is verplicht, het oordeel is niet bindend maar zwaarwegend.
- Wilsverklaringadvance directive
Schriftelijke vastlegging van wensen rond toekomstige behandeling, zoals een behandelverbod of een euthanasieverzoek.
Een schriftelijk euthanasieverzoek kan een mondeling verzoek vervangen als de patiënt wilsonbekwaam is geworden, maar ontslaat de arts niet van eigen toetsing.
- Niet-reanimeren (NR)do not resuscitate
Vastgelegde afspraak dat bij een circulatiestilstand geen reanimatie wordt gestart.
Kan als penning worden gedragen. Moet in het dossier staan, anders wordt in de acute situatie wél gereanimeerd.
- Donorregisterorgan donor register
Het register waarin iedere ingezetene zijn keuze over orgaandonatie vastlegt.
Sinds 2020 geldt een actief donorregistratiesysteem: wie niets invult, wordt geregistreerd als 'geen bezwaar'.
- Natuurlijk en niet-natuurlijk overlijdennatural vs unnatural death
Het onderscheid dat de behandelend arts moet maken bij de lijkschouw; bij twijfel of bij een niet-natuurlijke dood wordt de gemeentelijk lijkschouwer ingeschakeld.
Alleen bij natuurlijk overlijden geeft de behandelend arts zelf de verklaring van overlijden af.
- AVGGDPR
Algemene verordening gegevensbescherming: de privacywetgeving die bepaalt hoe persoonsgegevens verwerkt mogen worden.
Naast de WGBO; regelt onder meer inzage, correctie en het recht op vernietiging van gegevens.
- Inzagerechtright of access to records
Het recht van de patiënt om zijn dossier in te zien en er een kopie van te krijgen.
Persoonlijke werkaantekeningen vallen er buiten; de rest in beginsel niet, ook niet als het ongemakkelijk leest.
- Geneeskundige verklaringmedical certificate for third parties
Een verklaring over de gezondheidstoestand van een patiënt bestemd voor een derde partij, bijvoorbeeld voor een verzekering of een gemeente.
De behandelend arts geeft die in Nederland niet af — een vaste regel van de KNMG die veel patiënten niet kennen en die je vaak moet uitleggen.
- Suikerziektediabetes (lay term)
De gangbare lekenterm voor diabetes mellitus.
Voorbeeld van het registerverschil: de vakterm gebruik je in de brief, dit woord in het gesprek met de patiënt.
- Kortademigheidshortness of breath
Lekenterm voor dyspneu.
Patiënten zeggen ook 'benauwd' of 'ik krijg geen lucht'. 'Dyspneu' hoort in het dossier, niet in de spreekkamer.
- Uitzaaiingenmetastases (lay term)
Lekenterm voor metastasen.
In slechtnieuwsgesprekken is het gewone woord bijna altijd het juiste; medische termen scheppen afstand op het verkeerde moment.
- Beroertestroke (lay term)
Lekenterm voor een cerebrovasculair accident (CVA).
Patiënten zeggen ook 'attaque' of 'herseninfarct'. De publiekscampagne rond acute herkenning gebruikt bewust 'beroerte'.
- Hartinfarctheart attack
Gangbare term voor een myocardinfarct, ook in het gesprek met patiënten.
'Hartaanval' hoor je ook; 'myocardinfarct' gebruik je in de correspondentie.
- Ontlasting en plassenstools / passing urine
De gewone woorden voor defecatie en mictie.
Nederlandse patiënten spreken hier direct over; overdreven omzichtige formuleringen leiden vaker tot onduidelijkheid dan tot beleefdheid.
- Klachtenpatroon uitvragenstructured history taking
De vaste structuur van de anamnese: aard, lokalisatie, beloop, uitlokkende en verlichtende factoren, begeleidende verschijnselen.
In het Nederlandse consult begint dit vrijwel altijd met een open vraag en met de vraag waar de patiënt zelf aan denkt of bang voor is.
- Ideeën, zorgen en verwachtingenideas, concerns and expectations
Het expliciet uitvragen van wat de patiënt zelf denkt dat er aan de hand is, waar hij bang voor is en wat hij van het consult verwacht.
Een vast beoordeeld onderdeel van consultvoering; het weglaten ervan valt in toetsing direct op.
- Tutoyeren en aansprekenformal vs informal address
De keuze tussen 'u' en 'je' in het contact met de patiënt.
'U' is de veilige norm bij volwassenen en zeker bij ouderen; Nederlandse informaliteit betekent niet dat je ongevraagd tutoyeert.
Deze termen onthouden tot aan je BI-toets
Eén keer doorlezen is niet hetzelfde als het kennen op het moment dat het telt. Met een gratis account komen deze termen terug volgens een herhaalschema, samen met oefenvragen voor de BI-toets zelf.
Gratis beginnenOok nuttig: oefenvragen per onderwerp en de kennisbank over de BI-toets.