Fysiologie behandelt de normale werking van het lichaam en het orale systeem — speekselvorming, pijnfysiologie, ontstekingsreacties en homeostase. Essentieel om pathologie en behandeling te begrijpen.
Dit onderdeel bevat 6+ oefenvragen met uitgebreide uitleg, onderdeel van de adaptieve oefentoets van BigMentor.
Een greep uit de vragenbank. De volledige set en je persoonlijke leerpad ontgrendel je gratis na het aanmaken van een account.
Voorbeeldvraag 1
Welke uitspraak over de samenstelling en functie van speeksel is correct in de context van mondgezondheid?
ASpeeksel heeft geen invloed op de pH in de mond
✓Speeksel buffert zuren (vooral via bicarbonaat), bevordert klaring van suikers en draagt bij aan remineralisatie door calcium en fosfaat
CSpeeksel bevat geen enzymen
DEen hoge speekselvloed verhoogt het cariësrisico
ESpeeksel is uitsluitend van belang voor de spijsvertering, niet voor het gebit
Uitleg: Speeksel beschermt het gebit op meerdere manieren: het bicarbonaat-buffersysteem neutraliseert zuren, de speekselstroom zorgt voor klaring van suikers en zuren, en de aanwezige calcium- en fosfaationen (met o.a. statherine) ondersteunen remineralisatie. Het bevat ook enzymen (o.a. amylase, lysozym). Een verminderde speekselvloed verhoogt juist het cariësrisico; een goede vloed verlaagt het (D onjuist).
Voorbeeldvraag 2
Volgens de 'kritische pH' bij demineralisatie van glazuur, rond welke pH-waarde begint hydroxyapatiet van glazuur op te lossen?
ARond pH 7,4
✓Rond pH 5,5
CRond pH 2,0
DRond pH 8,5
EGlazuur lost niet op, ongeacht de pH
Uitleg: De kritische pH voor demineralisatie van glazuur (hydroxyapatiet) ligt rond pH 5,5: bij een lagere pH raakt het mondmilieu onderverzadigd ten opzichte van hydroxyapatiet en lost glazuur op. Na suikerinname dalen plaque-pH-waarden (Stephan-curve) tijdelijk onder deze drempel. Voor worteldentine ligt de kritische pH hoger (rond 6,2), waardoor wortelcariës bij minder zure omstandigheden al optreedt.
Voorbeeldvraag 3
KLINISCHE CASUS: Een gezonde patiënt raakt tijdens een stressvolle behandeling plotseling bleek, transpireert, voelt zich misselijk en verliest kort het bewustzijn; de pols is traag. Na plat leggen met de benen omhoog herstelt de patiënt snel. VRAAG: Welk fysiologisch mechanisme verklaart dit het best?
AAnafylactische shock door histamine
✓Vasovagale reactie met verhoogde parasympathische (nervus vagus) activiteit, bradycardie en daling van de cerebrale doorbloeding
CHypertensieve crisis door adrenaline
DHypoglykemie door insulinetekort
ECardiogene shock door hartfalen
Uitleg: Het beeld (bleekheid, zweten, misselijkheid, kortdurend bewustzijnsverlies met bradycardie, snel herstel na liggen met benen omhoog) past bij een vasovagale syncope: stress/pijn triggert verhoogde vagale activiteit met bradycardie en vasodilatatie, waardoor de bloeddruk en cerebrale perfusie tijdelijk dalen. Anafylaxie (A) geeft urticaria/bronchospasme/tachycardie. Een hypertensieve crisis (C) en cardiogene shock (E) passen niet bij snel spontaan herstel; hypoglykemie (D) herstelt niet door enkel houdingsverandering.
Voorbeeldvraag 4
Welke uitspraak over de pulpa van een tand is fysiologisch correct?
ADe pulpa heeft een ruime collaterale circulatie en kan daardoor goed zwellen zonder gevolgen
✓De pulpa ligt in een rigide, omsloten ruimte zonder veel collaterale circulatie, waardoor ontstekingszwelling snel tot drukverhoging en pijn/necrose kan leiden
CDe pulpa bevat geen zenuwvezels en is ongevoelig
DDe pulpa kan onbeperkt secundair dentine vormen zonder volumeafname
EDe pulpa wordt arterieel verzorgd via meerdere grote foramina
Uitleg: De pulpa bevindt zich in een door hard weefsel omsloten, weinig uitzetbare ruimte met een beperkte (vooral apicale) bloedvoorziening en weinig collateralen. Bij ontsteking kan oedeem daardoor snel de intrapulpale druk verhogen, de circulatie verder belemmeren en zo van reversibele naar irreversibele pulpitis en necrose leiden (een 'self-strangulation'-mechanisme). De pulpa is rijk geïnnerveerd en gevoelig (C onjuist).
Hoeveel fysiologie-vragen kan ik oefenen voor de BI-toets?
BigMentor bevat 6+ fysiologie-vragen voor de tandarts, elk met een uitgebreide uitleg. De volledige set ontgrendel je gratis met een account.
Zijn deze fysiologie-vragen representatief voor de BI-toets?
Ja. Alle vragen zijn samengesteld en gecontroleerd op basis van de eindtermen van de BI-toets voor de tandarts, zodat je gericht oefent op het juiste niveau.
Kost het oefenen van fysiologie geld?
Je kunt gratis starten met oefenen — geen creditcard nodig. Voor toegang tot de volledige vragenbank, het slimme herhaalsysteem en je persoonlijke leerpad zijn er betaalbare examenbundels.
Klaar voor de BI-toets fysiologie?
Oefen met de volledige vragenbank, krijg directe uitleg en een slim herhaalsysteem dat zich aanpast aan jouw niveau. Gratis te starten — geen creditcard nodig.