Orale en algemene pathologie: herken afwijkingen van mucosa, kaakbot en gebitselementen, en begrijp de onderliggende ziekteprocessen. Oefen met casusgerichte vragen.
Dit onderdeel bevat 9+ oefenvragen met uitgebreide uitleg, onderdeel van de adaptieve oefentoets van BigMentor.
Een greep uit de vragenbank. De volledige set en je persoonlijke leerpad ontgrendel je gratis na het aanmaken van een account.
Voorbeeldvraag 1
KLINISCHE CASUS: Een 55-jarige patiënt die rookt en regelmatig alcohol gebruikt, heeft sinds enkele weken een niet-genezende, geïndureerde ulceratie met opgeworpen randen aan de laterale tongrand, niet pijnlijk. VRAAG: Wat is de meest passende handelwijze?
AGeruststellen en over 6 maanden terugzien
✓Verwijzing voor biopsie/specialistische beoordeling wegens verdenking op een maligniteit (plaveiselcelcarcinoom)
CLokaal een corticosteroïdzalf voorschrijven en afwachten
DAntibioticakuur en controle na een week
EDe laesie zelf wegsnijden zonder histologisch onderzoek
Uitleg: Een niet-genezende, geïndureerde (verharde) ulceratie met opgeworpen randen op de laterale tongrand bij een patiënt met risicofactoren (roken, alcohol) is verdacht voor een plaveiselcelcarcinoom, ongeacht het ontbreken van pijn. Elke orale laesie die langer dan ~2 weken niet geneest, moet bioptisch worden onderzocht of verwezen. Afwachten (A/C/D) of zonder histologie excideren (E) brengt vertraging in diagnose en behandeling met zich mee.
Voorbeeldvraag 2
KLINISCHE CASUS: Bij een patiënt worden witte, niet-afschraapbare plekken op het mondslijmvlies gezien (leukoplakie). VRAAG: Welke uitspraak is correct?
ALeukoplakie is altijd goedaardig en behoeft geen controle
✓Leukoplakie is een klinische diagnose per uitsluiting en kan premaligne zijn; biopsie en follow-up zijn aangewezen
CLeukoplakie kan altijd worden afgeschraapt en is dan genezen
DLeukoplakie is een infectie die met antibiotica geneest
ELeukoplakie komt uitsluitend voor bij niet-rokers
Uitleg: Leukoplakie is een klinische term voor een witte, niet-afschraapbare plek die niet als een andere aandoening te duiden is — een diagnose per uitsluiting. Een deel is premaligne (dysplasie) of kan maligne ontaarden, daarom zijn biopsie en periodieke controle nodig, plus het wegnemen van risicofactoren (roken). In tegenstelling tot candidiasis (pseudomembraneus) laat leukoplakie zich niet afvegen (C onjuist) en is het geen bacteriële infectie (D).
Voorbeeldvraag 3
KLINISCHE CASUS: Een patiënt heeft pijnlijke, recidiverende, ronde ulcera met een geel-grijze bodem en rode hof aan het niet-keratiniserende slijmvlies (wangslijmvlies, niet op het palatum durum), die binnen 1-2 weken spontaan genezen zonder littekens. VRAAG: Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
APlaveiselcelcarcinoom
✓Recidiverende afteuze stomatitis (aften)
CPrimaire herpes simplex op het palatum
DLichen planus
EPemphigus vulgaris
Uitleg: Recidiverende, pijnlijke, ronde ulcera met geel-grijze bodem en erythemateuze halo op niet-keratiniserend, beweeglijk slijmvlies, die in 1-2 weken zonder litteken genezen, zijn typisch voor recidiverende afteuze stomatitis. Herpetische laesies (C) zitten juist vaak op gekeratiniseerd, vastzittend slijmvlies (palatum, gingiva) en beginnen als blaasjes. Carcinoom (A) geneest niet spontaan. Lichen planus (D) geeft vaak reticulaire (Wickham) striae; pemphigus (E) geeft uitgebreide blaren met positief Nikolsky-teken.
Voorbeeldvraag 4
KLINISCHE CASUS: Bij routinecontrole valt op de röntgenfoto een goed begrensde radiolucentie op rond de kroon van een niet-doorgebroken verstandskies op. De laesie omvat de kroon en hecht aan de glazuur-cementgrens. De patiënt heeft geen klachten. VRAAG: Welke diagnose is het meest waarschijnlijk?
ARadiculaire (periapicale) cyste
✓Folliculaire (dentigereuze) cyste
CPeriapicaal abces
DAmeloblastoom met zekerheid
EOsteosarcoom
Uitleg: Een goed begrensde radiolucentie die de kroon van een niet-doorgebroken (geïmpacteerde) tand omvat en aanhecht ter hoogte van de glazuur-cementgrens is karakteristiek voor een folliculaire (dentigereuze) cyste. Een radiculaire cyste (A) hangt samen met een niet-vitale tandwortel (apicaal). Een ameloblastoom (D) kan radiologisch lijken maar vereist histologische bevestiging en is minder waarschijnlijk als eerste diagnose bij dit klassieke beeld. Behandeling: verwijdering en histologisch onderzoek.
Hoeveel pathologie-vragen kan ik oefenen voor de BI-toets?
BigMentor bevat 9+ pathologie-vragen voor de tandarts, elk met een uitgebreide uitleg. De volledige set ontgrendel je gratis met een account.
Zijn deze pathologie-vragen representatief voor de BI-toets?
Ja. Alle vragen zijn samengesteld en gecontroleerd op basis van de eindtermen van de BI-toets voor de tandarts, zodat je gericht oefent op het juiste niveau.
Kost het oefenen van pathologie geld?
Je kunt gratis starten met oefenen — geen creditcard nodig. Voor toegang tot de volledige vragenbank, het slimme herhaalsysteem en je persoonlijke leerpad zijn er betaalbare examenbundels.
Klaar voor de BI-toets pathologie?
Oefen met de volledige vragenbank, krijg directe uitleg en een slim herhaalsysteem dat zich aanpast aan jouw niveau. Gratis te starten — geen creditcard nodig.