Orale en algemene pathologie: herken afwijkingen van mucosa, kaakbot en gebitselementen, en begrijp de onderliggende ziekteprocessen. Oefen met casusgerichte vragen.
Dit onderdeel bevat 39+ oefenvragen met uitgebreide uitleg, onderdeel van de adaptieve oefentoets van BigMentor.
Een greep uit de vragenbank. De volledige set en je persoonlijke leerpad ontgrendel je gratis na het aanmaken van een account.
Voorbeeldvraag 1
KLINISCHE CASUS: Een 55-jarige patiënt die rookt en regelmatig alcohol gebruikt, heeft sinds enkele weken een niet-genezende, geïndureerde ulceratie met opgeworpen randen aan de laterale tongrand, niet pijnlijk. VRAAG: Wat is de meest passende handelwijze?
AGeruststellen en over 6 maanden terugzien
✓Verwijzing voor biopsie/specialistische beoordeling wegens verdenking op een maligniteit (plaveiselcelcarcinoom)
CLokaal een corticosteroïdzalf voorschrijven en afwachten
DAntibioticakuur en controle na een week
EDe laesie zelf wegsnijden zonder histologisch onderzoek
Uitleg: Een niet-genezende, geïndureerde (verharde) ulceratie met opgeworpen randen op de laterale tongrand bij een patiënt met risicofactoren (roken, alcohol) is verdacht voor een plaveiselcelcarcinoom, ongeacht het ontbreken van pijn. Elke orale laesie die langer dan ~2 weken niet geneest, moet bioptisch worden onderzocht of verwezen. Afwachten (A/C/D) of zonder histologie excideren (E) brengt vertraging in diagnose en behandeling met zich mee.
Voorbeeldvraag 2
KLINISCHE CASUS: Een patiënt met botmetastasen krijgt intraveneuze bisfosfonaten. Acht weken na een extractie is er blootliggend, niet-genezend bot in de onderkaak zonder voorgeschiedenis van bestraling. VRAAG: Welke diagnose past hierbij?
AAlveolitis sicca
✓Medicatiegerelateerde osteonecrose van de kaak
COsteoradionecrose
DChronische parodontitis met botverlies
Uitleg: Blootliggend kaakbot dat langer dan acht weken niet geneest bij een patiënt die antiresorptieve of antiangiogene medicatie gebruikt en niet bestraald is, voldoet aan de definitie van medicatiegerelateerde osteonecrose van de kaak. Osteoradionecrose vereist per definitie eerdere radiotherapie in het hoofd-halsgebied, wat hier ontbreekt. Chronische parodontitis geeft botverlies maar geen blootliggend necrotisch bot. Alveolitis sicca ontstaat enkele dagen na extractie en geneest binnen twee weken. Het risico is bij intraveneuze toediening in de oncologie aanzienlijk hoger dan bij orale toediening voor osteoporose.
Voorbeeldvraag 3
Waarom komen speekselstenen het vaakst voor in de glandula submandibularis?
ADoordat de klier het dichtst bij de tandenrij ligt
BDoordat de klier uitsluitend sereus speeksel produceert
✓Doordat de afvoergang opwaarts loopt en het speeksel visceuzer is
DDoordat de klier het meeste speeksel per etmaal produceert
Uitleg: De ductus submandibularis loopt tegen de zwaartekracht in omhoog naar de mondbodem, is relatief lang, en het speeksel is muceuzer en rijker aan calcium; die combinatie bevordert stase en steenvorming. De totale productie is in rust weliswaar het hoogst in deze klier, maar dat alleen verklaart de voorkeurslokalisatie niet. De afstand tot de tandenrij speelt geen rol bij de pathogenese. De submandibulaire klier is gemengd sereus-muceus en niet uitsluitend sereus; juist de muceuze component draagt bij aan het risico. Klassiek geeft dit zwelling en pijn vlak voor of tijdens het eten.
Voorbeeldvraag 4
KLINISCHE CASUS: Een patiënt met een prothese heeft midden op het tongdorsum, net voor de papillae vallatae, een gladde rode ovale zone zonder papillen. VRAAG: Welk micro-organisme speelt hierbij doorgaans een rol?
AActinomyces israelii
✓Candida albicans
CStreptococcus mutans
DPorphyromonas gingivalis
Uitleg: De mediane romboïde glossitis wordt tegenwoordig vooral als een chronische candida-infectie beschouwd en niet meer als een ontwikkelingsstoornis; prothesedracht, roken, corticosteroïdinhalatie en immuunsuppressie zijn de bekende risicofactoren, en vaak is er tegelijk een rode plek op het palatum. Streptococcus mutans is de belangrijkste cariëspathogeen en veroorzaakt geen slijmvliesafwijking. Porphyromonas gingivalis hoort bij parodontitis. Actinomyces israelii veroorzaakt actinomycose, een zeldzame chronische infectie met zwelling en fistels. Behandeling bestaat uit antimycotica, prothesehygiëne en aanpak van de risicofactoren.
Hoeveel pathologie-vragen kan ik oefenen voor de BI-toets?
BigMentor bevat 39+ pathologie-vragen voor de tandarts, elk met een uitgebreide uitleg. De volledige set ontgrendel je gratis met een account.
Zijn deze pathologie-vragen representatief voor de BI-toets?
Ja. Alle vragen zijn samengesteld en gecontroleerd op basis van de eindtermen van de BI-toets voor de tandarts, zodat je gericht oefent op het juiste niveau.
Kost het oefenen van pathologie geld?
Je kunt gratis starten met oefenen — geen creditcard nodig. Voor toegang tot de volledige vragenbank, het slimme herhaalsysteem en je persoonlijke leerpad zijn er betaalbare examenbundels.
Klaar voor de BI-toets pathologie?
Oefen met de volledige vragenbank, krijg directe uitleg en een slim herhaalsysteem dat zich aanpast aan jouw niveau. Gratis te starten — geen creditcard nodig.