Orthodontie gaat over de stand van gebitselementen en kaken: malocclusies, groei en ontwikkeling, en behandelmethoden. Oefen met diagnostiek en behandelindicaties.
Dit onderdeel bevat 40+ oefenvragen met uitgebreide uitleg, onderdeel van de adaptieve oefentoets van BigMentor.
Een greep uit de vragenbank. De volledige set en je persoonlijke leerpad ontgrendel je gratis na het aanmaken van een account.
Voorbeeldvraag 1
KLINISCHE CASUS: Bij een 9-jarig kind in de wisselfase wordt een eenzijdige posterieure kruisbeet met een dwangbeet (functionele verschuiving van de onderkaak naar de kruisbeetzijde) vastgesteld. VRAAG: Wat is het juiste beleid?
AAfwachten tot het volwassen gebit volledig is doorgebroken
✓Vroege behandeling met bovenkaakverbreding (bijv. expansieapparaat) om de kruisbeet en de dwangbeet op te heffen
CDirect chirurgische correctie van de kaak
DExtractie van de betrokken melkkiezen
ENiets doen omdat kruisbeten altijd vanzelf verdwijnen
Uitleg: Een posterieure kruisbeet met functionele dwangbeet wordt bij voorkeur vroeg behandeld (in de wisselfase) met transversale verbreding van de bovenkaak, om de dwangbeet op te heffen en asymmetrische groei/adaptatie van het kaakgewricht te voorkomen. Afwachten (A/E) laat de functionele verschuiving voortbestaan. Chirurgie (C) is niet aan de orde op deze leeftijd. Extractie (D) lost de transversale discrepantie niet op.
Voorbeeldvraag 2
Bij een Angle klasse II/1 malocclusie met een retrognathe (achterliggende) onderkaak bij een groeiend kind, welke benadering richt zich op het beïnvloeden van de kaakgroei?
AVaste apparatuur uitsluitend gericht op tandverplaatsing zonder groeisturing
✓Functionele (groeibeïnvloedende) apparatuur tijdens de groeispurt om de onderkaakpositie/-groei gunstig te beïnvloeden
COnmiddellijke orthognathische chirurgie
DExtractie van alle eerste premolaren als enige oplossing
EAfwachten tot na de groei en dan altijd opereren
Uitleg: Bij een groeiend kind met klasse II/1 door een retrognathe onderkaak wordt functionele apparatuur ingezet rond de pubertale groeispurt om de groei en positie van de onderkaak gunstig te sturen. Bij een uitgegroeide patiënt met ernstige skelettale discrepantie kan orthognathische chirurgie nodig zijn, maar bij een groeiend kind is dat niet de eerste keuze (C). Alleen tandverplaatsing (A) of extracties (D) pakken de skelettale component niet aan; passief afwachten (E) mist het groeivenster.
Voorbeeldvraag 3
KLINISCHE CASUS: Een 12-jarige patiënt heeft een palatinaal geïmpacteerde hoektand in de bovenkaak. De melkhoektand is nog aanwezig en niet mobiel. VRAAG: Welke vroege interventie kan de doorbraak van de blijvende hoektand bevorderen?
AOnmiddellijke chirurgische verwijdering van de blijvende hoektand
✓Tijdige extractie van de persisterende melkhoektand (interceptief), met monitoring van de eruptierichting
CNiets doen en wachten tot na het 18e levensjaar
DDirect een implantaat plaatsen op de plaats van de hoektand
EAlle premolaren extraheren
Uitleg: Bij een palatinaal verplaatste, nog niet doorgebroken blijvende hoektand kan interceptieve extractie van de persisterende melkhoektand op de juiste leeftijd de eruptierichting normaliseren en spontane doorbraak bevorderen, mits tijdig en met radiologische monitoring. De blijvende hoektand verwijderen (A) of vervangen door een implantaat (D) is voorbarig en verliest een belangrijke tand. Afwachten tot volwassenheid (C) verkleint de kans op spontane correctie.
Voorbeeldvraag 4
Na een actieve orthodontische behandeling klaagt de tandarts-algemeen practicus dat de standcorrectie deels terugkeert. Wat is het belangrijkste principe om recidief te beperken?
ARecidief is onvermijdelijk en niet te beïnvloeden
✓Adequate retentie (retentieapparatuur) na de actieve fase, vaak langdurig, omdat parodontale en wekedelenvezels tijd nodig hebben om te reorganiseren
CDe tanden direct na behandeling nog verder verplaatsen
DEen tweede volledige behandeling zonder retentie
EDe patiënt adviseren hard voedsel te vermijden als enige maatregel
Uitleg: Na actieve orthodontie is retentie essentieel: de parodontale en gingivale (supracrestale) vezels en de omgevende weke delen hebben tijd nodig om te reorganiseren, en bepaalde correcties (bijv. rotaties, diastemen) recidiveren zonder langdurige retentie. Daarom worden retentieapparaten (vast of uitneembaar) ingezet, soms langdurig. Recidief is dus wel degelijk te beperken (A onjuist). Verder verplaatsen (C) of opnieuw behandelen zonder retentie (D) lost het niet op.
Hoeveel orthodontie-vragen kan ik oefenen voor de BI-toets?
BigMentor bevat 40+ orthodontie-vragen voor de tandarts, elk met een uitgebreide uitleg. De volledige set ontgrendel je gratis met een account.
Zijn deze orthodontie-vragen representatief voor de BI-toets?
Ja. Alle vragen zijn samengesteld en gecontroleerd op basis van de eindtermen van de BI-toets voor de tandarts, zodat je gericht oefent op het juiste niveau.
Kost het oefenen van orthodontie geld?
Je kunt gratis starten met oefenen — geen creditcard nodig. Voor toegang tot de volledige vragenbank, het slimme herhaalsysteem en je persoonlijke leerpad zijn er betaalbare examenbundels.
Klaar voor de BI-toets orthodontie?
Oefen met de volledige vragenbank, krijg directe uitleg en een slim herhaalsysteem dat zich aanpast aan jouw niveau. Gratis te starten — geen creditcard nodig.