Parodontologie richt zich op het tandvlees en het steunweefsel van de tand: diagnostiek van gingivitis en parodontitis, behandelplanning en onderhoud. Een van de grootste examenonderdelen.
Dit onderdeel bevat 113+ oefenvragen met uitgebreide uitleg, onderdeel van de adaptieve oefentoets van BigMentor.
Een greep uit de vragenbank. De volledige set en je persoonlijke leerpad ontgrendel je gratis na het aanmaken van een account.
Voorbeeldvraag 1
Een patiënt met goed ingestelde parodontitis komt voor herbeoordeling 8 weken na niet-chirurgische therapie (SRP). Op één molaar persisteert een diepe pocket van 7 mm met bloeding bij sonderen en furcatie-betrokkenheid graad II, ondanks goede mondhygiëne. VRAAG: Wat is de meest geschikte volgende stap?
ADirect extractie van het element
BHerhalen van mondhygiëne-instructie en 6 maanden afwachten
✓Parodontale chirurgie (bijv. open flap debridement, eventueel regeneratief) overwegen
DSystemische antibiotica als monotherapie
EAlleen polijsten en fluoride aanbrengen
Uitleg: Persisterende diepe pockets (5 mm of meer) met bloeding na adequate niet-chirurgische therapie en goede mondhygiëne zijn een indicatie voor de volgende therapiefase: parodontale (corrigerende) chirurgie, zoals open flap debridement of regeneratieve procedures bij gunstige furcatie/defect-anatomie. Extractie (A) is voorbarig bij een behoudbaar element. Antibiotica als monotherapie (D) zonder mechanische therapie is niet effectief. Alleen polijsten (E) of afwachten (B) lost de resterende ontsteking niet op.
Voorbeeldvraag 2
Bij een patiënt die klinisch gezonde gingiva vertoont, stelt u een BOP (Bleeding on Probing / bloeden na sonderen) percentage vast van 8%. VRAAG: Hoe moet deze BOP-waarde parodontaal worden geïnterpreteerd conform de EFP/AAP classificatie?
ADe patiënt lijdt aan milde gegeneraliseerde gingivitis.
✓De patiënt is parodontaal gezond (BOP < 10% op patiëntniveau geldt als klinische parodontale gezondheid).
CDe patiënt heeft een actieve parodontitis en moet direct met antibiotica worden behandeld.
DDe meting is onbetrouwbaar; BOP moet altijd 0% zijn voor gezondheid.
EEr is sprake van hyperplastische gingivitis.
Uitleg: Conform de EFP/AAP consensus uit 2018 is een patiënt met een intact parodontium parodontaal gezond als de BOP minder dan 10% bedraagt. Vanaf 10% tot 30% spreekt men van gelokaliseerde gingivitis (of parodontale ontsteking), en bij > 30% van gegeneraliseerde gingivitis. Een BOP van 8% valt dus binnen de norm voor gezondheid. BOP hoeft niet 0% te zijn (optie D is klinisch onrealistisch).
Voorbeeldvraag 3
Bij een 60-jarige man met een voorgeschiedenis van reumatoïde artritis stelt u de diagnose parodontitis Stage III Graad B. VRAAG: Welk mechanisme verklaart de pathogenetische associatie tussen reumatoïde artritis en parodontitis conform de actuele medische inzichten?
AEr is uitsluitend een associatie wegens gemeenschappelijke medicatie.
✓Beide aandoeningen delen een vergelijkbare chronische inflammatoire gastheerrespons (osteoclasten-activatie via de RANKL/OPG-as) en Porphyromonas gingivalis produceert het enzym peptidylarginine deiminase (PPAD), dat eiwitten kan citrullineren wat bijdraagt aan de vorming van anti-gecitrullineerde proteïne-antilichamen (ACPA) die kenmerkend zijn voor reumatoïde artritis.
CReumatoïde artritis veroorzaakt directe verkalking van de speekselklieren.
DParodontale bacteriën migreren naar de gewrichten en vermenigvuldigen zich daar tot botbreuken.
EDe associatie berust op een verminderde poetsfrequentie door gewrichtsstijfheid als enige factor.
Uitleg: De relatie tussen reumatoïde artritis (RA) en parodontitis is intensief onderzocht. P. gingivalis is de enige bekende humane pathogeen die het enzym PPAD bezit, welke arginine residuen in eiwitten omzet in citrulline. Dit triggert een auto-immuunrespons (ACPA) bij genetisch gevoelige personen, wat RA kan induceren of verergeren. Bovendien is de botafbraak in beide ziekten TNF-alfa en RANKL-gemedieerd. Dit is een diepe pathofysiologische link (optie B). Opties A, C, D en E zijn onjuist of onvolledig.
Voorbeeldvraag 4
Tijdens een parodontale flapoperatie (toegangschirurgie) wil de tandarts het bot reinigen en gladmaken. VRAAG: Hoe wordt het chirurgisch modelleren en gladmaken van het alveolaire bot zonder het verwijderen van ondersteunend bot (dus bot dat niet direct verbonden is met de tandbevestiging) genoemd?
AOsteotomy (osteotomie)
✓Osteoplasty (osteoplastiek)
COstectomy (ostectomie)
DGingivoplastiek
ESequestrectomie
Uitleg: Osteoplastiek (osteoplasty) is de chirurgische modellering van het bot om fysiologische contouren te verkrijgen, zonder dat hierbij ondersteunend bot (bot dat parodontale vezels vasthoudt) wordt opgeofferd. Ostectomie (ostectomy / optie C) daarentegen houdt in dat er wel ondersteunend bot (met aanhechtingsvezels) wordt verwijderd om bijvoorbeeld een gelijke botrand te creëren (resectieve chirurgie). Osteotomie (optie A) is het doorsnijden van bot. Gingivoplastiek (optie D) betreft zacht weefsel.
Hoeveel parodontologie-vragen kan ik oefenen voor de BI-toets?
BigMentor bevat 113+ parodontologie-vragen voor de tandarts, elk met een uitgebreide uitleg. De volledige set ontgrendel je gratis met een account.
Zijn deze parodontologie-vragen representatief voor de BI-toets?
Ja. Alle vragen zijn samengesteld en gecontroleerd op basis van de eindtermen van de BI-toets voor de tandarts, zodat je gericht oefent op het juiste niveau.
Kost het oefenen van parodontologie geld?
Je kunt gratis starten met oefenen — geen creditcard nodig. Voor toegang tot de volledige vragenbank, het slimme herhaalsysteem en je persoonlijke leerpad zijn er betaalbare examenbundels.
Klaar voor de BI-toets parodontologie?
Oefen met de volledige vragenbank, krijg directe uitleg en een slim herhaalsysteem dat zich aanpast aan jouw niveau. Gratis te starten — geen creditcard nodig.